Reserveringslijn: +31 (0)55 20 320 22

telefonisch: ma t/m za - 09:00 tot 18:00 uur
via de chat: dagelijks - 09:00 tot 21:00 uur

Nederlands NL English EN Deutsch DE

Reserveringslijn: +31 (0)55 20 320 22

maandag t/m zaterdag 09:00 tot 18:00 uur

Nederlands NL English EN Deutsch DE
Nederlands NL English EN Deutsch DE

All in Hotel "Am Wall"

Am Wall - Soest - De parel van het Sauerland!

Het prachtige Hotel Am Wall ligt op een steenworp afstand van de historische binnenstad van Soest. Soest is bekend om haar mooie skyline en haar rijke geschiedenis van meer dan 1000 jaar. De Nederlandse familie Dam en hun team zorgen voor een geweldige vakantie. Zelf zijn ze echte Sauerlanders die elke dag weer genieten van het pittoreske en historische Soest.

Het hotel beschikt over een kleine 70 kamers, alle kamers beschikken over een 5-ster waardig boxspring bed en moderne meubels. In de badkamer vindt u een inloopdouche en een wc. Ook een flat screen tv is natuurlijk vandaag de dag niet weg te denken. Het hotel is rolstoelvriendelijk en beschikt over aangepaste kamers voor invaliden.

De historische gebouwen en kerken in de oude Hanzestad Soest zijn zeker een bezoekje waard. Tijdens een wandeling door Soest zult u schilderachtige straatjes, leuke winkeltjes, fraaie vakwerkhuisjes, een bewaarde middeleeuwse stadsmuur, verschillende historische lokale producten, en de pracht en praal van Soest ervaren!

Opmerkelijk is het bouwmateriaal van de kerken, kapellen en de stadsmuur: het groene zandsteen. Dit is typisch voor de stad Soest en geeft de binnenstad een bijzondere uitstraling. Daarnaast bevinden zich in Soest kleine maar ook grote activiteiten op het gebied van cultuur en avontuur. Het absolute hoogtepunt is de “Allerheiligenkirmes” (Allerheiligen kermis). Deze kermis is al meer dan 600 jaar een traditie, vindt in november plaats en is de grootste “Altstadtkirmes” van Europa.

Op de website bij “Meer informatie” vindt u tevens een wandel kaart, die u kunt downloaden, van Soest met alle hoogte en bezichtigingspunten aangegeven,

Kom en geniet van de 3-vakantiegebieden Sauerland, Teutoburg Wald of het Nord Rijn Westfalen. Op geen 40 minuten afstand geniet u van een bezoekje aan het prachtige Winterbergen- Sauerland, de metropoolstad Dortmund – Nord Rijn Westafalen of het authentieke Bad Driburg in het overweldigende Teutoburg Wald. Voor elke liefhebber een aanrader!

Uw arrangement begint bij dag van aankomst vanaf 14 uur met een kop koffie en een stuk heerlijk gebak en eindigt bij het ontbijt na uitcheck.

Handig weetjes: vanaf Utrecht bent u slechts 2,5 uur vandaan van de Parel van et Sauerland, Soest vandaan!

De familie Dam & Team kijken uit naar uw komst en hopen u te betoveren met het aanbod, de locatie en natuurlijk de uitmuntende service!.

Soest

Soest was in de vroege Middeleeuwen de op één na grootste stad van Duitsland en daarom zijn de goed bewaard gebleven romantische steegjes en pleinen met meer dan 600 beschermde gebouwen, waaronder de stadsversterkingen, zeker de moeite waard om te zien als een hoogstaand cultuurgoed. Verder was Soest lid van de Hanzestadbond.

Kasteeltuinmuseum in Soest

In een patriciërshuis uit 1559 kunnen tentoonstellingen over de geschiedenis van de nederzetting en de stad Soest en het dagelijks leven van de burgers worden bezocht. Daarnaast is er het Osthofentor Museum, dat informatie geeft over de geschiedenis van de vestingwerken en wapens en over de ontwikkeling van de stad.


Maximilianpark in Hamm

Een vrijetijds-, speel- en recreatiepark met als belangrijksteattractie een 40 meter hoge, inloopbare glazen olifant.

Dit is ook het herkenningspunt van Hamm.

Het park werd gebouwd voor de State Garden Show in 1984 op het terrein van de voormalige Maximilian-mijn.

Een andere bijzondere attractie is het 600 m² grote tropische vlinderhuis.

Hindoeïstische tempel in Hamm

Juist, dit betekent de Sri Kamadchi Ampal Tempel, strikt volgens de Kamakshi Tempel in Kanchipuram, Zuid-India. De tempel, die eigenlijk alleen voor religieuze doeleinden is gebouwd, trekt ook veel toeristen, vooral tijdens het jaarlijkse tempelfestival in de zomer.

Arnsberg

Onder de ruïnes van een oud kasteel ligt de oude stad, die op een helling ligt en binnen een grote Ruhrlus, aan de rand van de stad. Het is zeer charmant met zijn talrijke vakwerkhuizen en historische stenen gebouwen. De klokkentoren van de stadskapel St. Georg is ook het herkenningspunt van Arnsberg.

Schlosspark Hovestadt

Het kasteel Hovestadt in de gemeente Lippetal is een zeer goed bewaard gebleven waterburcht, die in particulier bezit is. Overdag kunt u het goed onderhouden kasteelpark in Franse stijl bezoeken, dat zelfs een station is van het European Garden Heritage Network. Voor meer informatie kunt u terecht op www.schloss-hovestadt.de.

Wilde Woud-Voßwinkel

In de Wilde Woud-Arnsberg-Voßwinkel kunnen gasten altijd het bos herontdekken door het wild te besluipen en te beluisteren op rondlopende paden, maar ook door het wild te bekijken vanaf uitkijkplatformen en observatiepaden, bijv. tijdens de dagelijkse voedering. Voor meer informatie kunt u terecht op www.wildwald.de.

Klimbos Lippstadt

Het klimpark in Lippstadt belooft avontuur, ervaring en beweging met zijn klimelementen tot 20 meter hoogte. Informatie op www.kletterwald-lippstadt.de.

Kasteel Körtlinghausen

Het barokke kasteel, gebouwd in 1714 en omgeven door een slotgracht, werd in 1999 op voorbeeldige wijze gerestaureerd en is daarom een populaire toeristische bestemming. Informatie op www.schloss-koertlinghausen.de.

Haus Kupferhammer in Warstein

Hoewel het huis ooit alleen de barokke residentie van de eigenaren van de Warsteiner Kupferhammer was, lijkt het meer op een kasteel. Tegenwoordig bevindt zich in de kamers van het Warstein Stadsmuseum, waarvan sommige nog steeds in de Biedermeier-stijl zijn ingericht. Informatie op de.wikipedia.org/wiki/Haus Kupferhammer.

Gustav-Lübcke-Museum in Hamm

Al in 1886 begon Gustav Lübcke met de opbouw van het huidige museum voor de plaatselijke geschiedenis van Hamm. De tentoonstellingen zijn dan ook zeer gevarieerd. Naast werken van historische en hedendaagse kunst, zijn vooral tentoonstellingen over de prehistorie en de vroege geschiedenis van de stad, de Collectie van Klassieke Oudheden en de Egyptische Collectie de moeite waard om te zien. Deze laatste is eigenlijk een van de grootste in zijn soort in Duitsland. Meer informatie met het zoeken op internet: Gustav-Lübcke-Museum.

Hamm Zoo

Zowel inheemse als exotische dieren zijn te zien in het 6,5 hectare grote park, dat ook een natuurhistorisch museum omvat. Informatie op www.tierpark-hamm.de.

Reckenhöhle in Balve-Binolen (Hönnetal)

In de rotsachtige karststreek van het Hönnetal in het Märkisches Land is de druipsteengrot sinds 1890 als showgrot voor bezoekers geopend. Informatie op www.reckenhoehle.de.

Sauerland Museum in Arnsberg

Het Landsberger Hof, gebouwd in 1605, herbergt een permanente tentoonstelling over de geschiedenis en de natuurgeschiedenis van het Hochsauerland. De tentoongestelde stukken variëren van fossielen uit de Balvergrot tot een levensgrote ridder met een opgetuigd paard en een Kleinschnittger kleine auto. Voor meer informatie kunt u terecht op www.sauerland-museum.de.

Verdere excursiebestemmingen en bezienswaardigheden vindt u in het hotel aan de receptie een diverse kortings en mogelijkheden aanbod.

PAROCHIEKERK ST. PETRI
De St. Petri Kirche, 1174 voor het eerst als „alde Kerke" in een oorkonde vermeld, is één van de oudste parochiekerken van de stad. Een archeologisch bewezen eerdere bouw stamt zelfs uit omstreeks 800. De huidige verschijning, een omstreeks 1150 gebouwde basilica met drie schepen, waarvan de zijschepen reeds rond 1230 verhoogd werden, lijkt van binnen bijna een hallenkerk. Het gotische koor werd in 1322 ingewijd, maar was echter veel vroeger klaar. Aan de toren zijn drie bouwstijlen te herkennen: bovenop de twee onderste romaanse verdiepingen werden tijdens het einde van de 14e eeuw een gotische verdieping en in 1709 de barokke torenhelm gebouwd. Toen in 1945 tussen St. Petri en St. Patrokli een luchtmijn viel, werd het gotische koor bijna geheel vernield. De herbouw naar het oude voorbeeld tot 1955, was overwegend een nieuwbouw. De pleinen om de kerk waren tot in de 19e eeuw kerkhoven. De graven liggen nu nog in meerdere lagen dicht onder de oppervlakte. Een groot gedeelte van de oorspronkelijke ornamentale muurschilderingen, waarbij het om het oudste en één van de best bewaarde voorbeelden van een in Westfalen bijzonder verbreid decoratiesysteem gaat, kon ca. 30 jaren geleden blootgelegd worden. De kruisigingsgroep aan een zuil van de noordwand, omstreeks 1400 ontstaan, wordt aan de schilder Conrad von Soest of zijn school toegeschreven. Verder zijn er o.a. een vleugelaltaar uit Brabant (rond 1525), een laatgotisch doopvont (eind 15e eeuw) en een rijkversierde kansel (1693) te bezichtigen.

HOHES HOSPITAL
Tijdens de 9e en de 10e eeuw werd het omringende terrein, door de bouw van de eerste St. Petri Kirche omstreeks 800, als kerkhof gebruikt. Op dit oudste christelijke grafveld in Soest werden meer dan 200 goed behouden graven uit de 9e en 10e eeuw opgegraven. Een zeer radikale herstructurering van het perceel vond omstreeks 1000 plaats met de bouw van een machtige woontoren met oppervlakte van 25 m x 25 m en een hoogte van 25 m. 30 m. In de aansluitende vierhoekige binnenhof is nog een binnenmuur van het gebouw te zien. Het complex was een palts van de Keulse aartsbisschoppen in Soest. De unieke monumentale bouwwijze en het vroege bouwtijdstip pleiten ervoor, Soest als belangrijke nevenresidentie te classificeren, die als het belangrijkste Keulse steunpunt in Westfalen diende en dienovereenkomstig uitgebreid en ondersteund werd. Als initiatiefnemer van de eerste Soester palts komt waarschijnlijk aartsbisschop Bruno von Köln (953–965) in aanmerking. Ondanks de geëxponeerde ligging werd het terrein niet lang als standplaats voor de palts gebruikt. Omstreeks 1178 schonk aartsbischop Philips von Heinsberg de palts ter oprichting van het Hospital zum Heiligen Geist. Sindsdien leunden kleinere gebouwen tegen de oude toren. Verdere verbouwingen waren tijdens de 14e eeuw met de verandering van het Hospital in een vrouwensticht verbonden. Reeds voor 1799 werden het oostelijke deel van de toren en de bijgebouwen in het oosten afgebroken. Van de toren bleef tenslotte slechts een klein stuk van de noordwand over, de zogenaamde Wittekindsmauer. Nu is deze muur in het gemeentehuis van de PetriKirche geïntegreerd.

POTSDAMER PLATZ
In elk geval gaat het hier om de kleinste Potsdamer Platz van Duitsland. Dat het plein voor de Soester stadsontwikkeling belangrijk was, is te zien aan het feit dat hier vijf straten stervormig samenkomen. En precies op deze plaats zou een toegang in de eerste vestingsmuur van Soest geweest kunnen zijn. Op zijn laatst in de 9e eeuw werd hier een bijna 4,5 ha omvattende stadsmuur aangelegd, wiens rechthoekige vorm nu nog duide- lijk in de plattegrond van de stad te zien is. In het noorden, waar in richting markt een tamelijk groot natuurlijk niveauverschil was, bouwde men een met stenen geblindeerde muur. Het massiefst was de muur op het terrein van het latere Hohe Hospital. Daar werd een 2,1 m brede muur vrijgelegd, daarvoor bevonden zich nog meerdere brede grachten uit verschillende tijden. Ook in het zuiden van de fortificatie, in de buurt van de St. Nikolai kapel, en tijdens de bouw van het Wilhelm-Morgner-Haus werden deze grachten gevonden. In het oosten en noordoosten had de ca. 250 m x 170 m grote karolingischkttonische stadsmuur een natuurlijke grens door het moerasgebied van de Kützel- en Kolkbach, en de waterstand van de Große Teich en de omliggende bronnen.Waar zich de toegangen in de muur bevonden en hoe zij er uit zagen, is tot nu toe niet bekend. Omdat in de buurt van de tegenwoordige Schwanen Apotheke de grach- ten niet aan te tonen waren, is hier mogelijk een poort geweest. Aan de apotheek bevindt zich een zwaan van gedreven koper, een stuk van hoge kwaliteit, van ca. 1800. Het is één van de weinige nog bewaarde Soester huistekens en in de monumentenlijst van de stad opgenomen.

WILHELM-MORGNER-HAUS
Het 1961/62 volgens de ontwerpen van de Wiesbadener architect Rainer Schell opgerichte gebouw staat ondertussen onder monumentenzorg. Het is een typisch voorbeeld van de architectuur tijdens de vroege 1960er jaren, en wel van uitstekende kwaliteit. De staalbetonconstructie en het gebruikte moduulraster van het streng kubistische gebouw, zijn binnen en buiten af te lezen. De Pustige en terughoudende vormgeving van de buitenmuren wordt binnenin voortgezet en maakt steeds weer indruk door haar eenvoud, haar duidelijke vormen en door de weinige gebruikte materialen. Van begin af aan dient het als stedelijk kunstmuseum; onder andere als tentoonstellingsruimte voor de werken van de tijdens het fascisme als ontaard geldende Soester schilder Wilhelm Morgner. Daarnaast worden nevens andere expressionisten, in afwisselende tentoonstellingen eigentijdse kunstenaars gepresenteerd. De ten oosten gelegene refter was de eetzaal van het St. Patrokli sticht. Het werd omstreeks 1300 gebouwd en dient nu als parochiehuis van de kerkgemeente St. Patrokli. Van de oorspronkelijke kruis- gang zijn nu alleen nog maar de in de 12e eeuw ontstane noord- vleugel en de in de 13e eeuw gebouwde, in de refter geïntegreerde westvleugel bewaard gebleven. De zuiden oostvleugel van de kruisgang werden na de opheffing van het sticht in de 19e eeuw afgebroken en 1953–1955 op de oude grondvesten weer opgebouwd.

Sankt Nikolai Kapel
De kapel St. werd in de twee helft van de 12e eeuw gebouwd in de stichtsvrijheid van het St. Patrokli sticht, ten zuidwesten van de kruisgang. Zij werd voor het eerst vermeld in een oorkonde van 1214. De De kapel is een Wordt gedeeld. Het uiterlijk van de kapel is opvallend onversierd en daarom verbaast, na het betreden van de ruimte, de architectonische rijkdom van binnen. De gehele ruimte is en lijkt hoger als toen voor andere vergelijkbare kapellen in Westfalen gebrulkelijk was. De schilderingen in het koor onstonden tijdens het midden van de 13e eeuw en vallen onder de z.g „Zackenstil", Na omvanhal die door twee slanke zuilen in twee schepen grijke voorzichtige restaurering en reiniging in 1965 en 1984 ziet men de ruimte nu weer in zijn oorspronkelijke staat. Het altaarstuk, dat oorspronkelijk aan de zijmuur van de kapel hing, onstond omstreeks 1400 en laat ons o.a. St. Nikolaas en de legende van de drie maagden zien. Eveneens uit eerste helft van de 15e eeuw zijn het madonnabeeld aan de peiler van de galerij en een zeer indrukwekkende piëta in een nis de muur. De ongebruikelijke vorm van de binnenruimte werd sinds de tweede helft van de 19e eeuw daarmee verklaard, dat de kapel naar het voorbeeld van een schip was gebouwd. Men vermoedde dat de koopmansbroederschap van de sleeswiikreizigers de kapel gesticht had en dat zij daarPom aan St. Nikolaas, de beschermheillge van de reizigers en zeelieden, gewijd was. Volgens nieuwe onderzoekingen is men er echter zeker van dat de kapel een memoriën, resp. een herdenkingskapel voor overleden prioren van het St. Patrokli Sticht was!

BURGHOFMUSEUM
De Burghof, een voormalige patriciërszetel, bestaat nu nog uit het zogenaamde Romanische Haus (omstreeks 1200), het voormalige herenhuis (1559) en de DealenPforte (1551). Het Romaanse huis is het behouden gedeelte van een huis dat oorspronkelijk groter was. Het geldt als één van de oudste bewaarde profane woonhuizen in Westfalen. Het aanzienlijke, laat gotische/vroeg renaissance herenhuis is uiterlijk bijna onveranderd gebleven, binnenin in de loop van de tijd echter vaker verbouwd. Boven de kelder bevinden zich in de feestzaal, de zogenaamde ridderzaal, bezienswaardige stucreliēfs uit de bouwtijd. Zij werden 1939 door de beeldhouwer Wilhelm Wulff gecompleteerd. De Daelenpoort ontleent haar naam aan de vroegere bezitters, de familie von Deal. Het in de Burghof ingerichte museum over de stadsgeschiedenis presenteert op de verschillende verdiepingen ten- toonstellingen over de stadsen kerkgeschiedenis, kopergravures van Heinrich Aldegrever (1502 ca. 1555), en de tentoonstelling „Alltagsleben im Mittelalter". Bovendien Wordt in de afdeling oergeschiedenis en vroegste geschiedenis 0.a. de beroemde runengesp uit het grafveld aan de Lübecker Ring uit de vroege middeleeuwen gepresenteerd. Verder zijn er de laatste abdissenstoel uit het St. Walburgis Kloster, vondsten uit het klooster Paradiese en andere kostbaarheden te zien. De ridderzaal wordt tegenwoordig gebruikt voor recepties van de stad en als trouwzaal.

AM VREITHOF
De naam van dit plein is afgeleid van de stichtsvrijheid, een areaal om het Patroklisticht heen, dat bevrijd was van afgiften en stedelijke rechtspraak.

Na de reformatie vond de rad van de stad, dat de sinds 12 eeuw bij de Patroklisticht -bestaande Latijnse school niet voldeed aan de eisen van een humanistische vorming. Daarom Weerd in1533 een nieuwe school gesticht. In het jaar 1570 kreeg zij een eigen schoolgebouw. Het Weerd op dir plein volgens de bouwtekeningen van de beroemde Bouwmeester Laurentz von Brachum gebouwd en stond hier tot 1821.

De school, sinds 1604 Archigymnasium genoemd, verhuisde vervolgens naar het voormalige tuighuis met de paardenstal van het raadhuis. Deze vleugel van het raadhuis werd voor het Archigymnasium meermaals verbouwd en met een verdieping verhoogd. In 1928 verhuisde het gymnasium naar de voormalige kweekschool aan de Niederbergheimer Straße en de oostelijke vleugel werd weer een deel van het raadhuis.

De woorden ,,to Eyndracht Nut ende Vrede,, (tot eendracht, nu en vrede) zijn ontleend aan de schrae (Stadsrechtboek) en getuigen van doeleinden. De gebouwen om de vreithof heen vertegenwoordigen alle stijlrichtingen. Zo zien we naast vakwerkhuizen uit de renaissance en de barok de massieve gebouwen van het classicisme, het historische en de moderne tijd.

Vooral de bestemming van de vakwerkhuizen aan de oostkant getuigt van het einde van de ontwikkeling van het vakwerk en ook van het feit, dat vakwerk sinds het begin van de 18e eeuw niet meer modern was en als ,,arme-leiden-bouwwijze” gold.

De bestemmingen moesten met behoud van de zeer voordelige vakwerkbouw wijze een massief gebouw voorspiegelen. Zij zien er gedeeltelijk uit als nagemaakte, zeer gecompliceerd bewerkte stenen.

KOLKBAC
De thans weer in een natuurgetrouwe bedding verlopende Kolkbach was tot in de 12e eeuw een gedeelte van een groot laagliggend gebied. Tijdens de Karolingische tijd werd dit bronnenmoeras, waar de Kolk- en de Kützelbach door- heen lopen, gebruikt als natuurlijke grens voor het aanleggen van het versterkings- werk in de oude binnenstad. Nadat de beschermende funktie van het bron- en moe- rasgebied in de 12e eeuw door de stadsmuur werd overgenomen, begon men het terrein te veranderen. Door nieuwe overgangen kon men het moerasgebied pas- seren. Men verstevigde de oevers van de, door massieve aardhopen begrensde waterlopen, eerst met houten palen, later met voorgebouwde muren. Aan de nieuw verstevigde oevers vestigden zich hoofdzakelijk eenvoudige handwerkslieden. Tal- rijke beschermingsmuren en palenrijen getuigen van een dichte bebouwing met kleine vakwerkgebouwen. Tijdens de late middeleeuwen was het 50 m-70 m brede moerasgebied van de Kolk- en de Kützelbach, oostelijk van het Patroklisticht, op een tot enkele meters brede waterloop teruggebracht. Het indammen van de be- ken weerspiegelt zich thans nog in de straatnaam Damm. Het verloop van de beken komt volgens archeologische kennis overeen met de laat-middeleeuwse toestand, zoals ze in het kadaster van 1828 afgebeeld is.

Großer teich Söst:
DE GROTE VIJVER Oorspronkelijk was de grote vijver een open bronnenmoeras. Naar het oosten strekte het zich noch ongeveer 60 m-70 m verder uit over de huidige vijvermuur. In het noorden breidde het zich uit tot aan de kerk St. Maria zur Wiese. Daarom werd deze kerk oorspronkelijk ook St. Maria in den Sümpfen genoemd. Bovendien verzorgden vanuit het zuiden de Kolkbach en de Kützelbach het brede, ondiepe moeras met water. Pas in de 12e eeuw stuwde men het ondie- pe bronnenmoeras kunstmatig op tot een vijver. De „grote dyke" werd voor het eerst vemeld in de 14e eeuw. Tegenwoordig zijn er nog 6 bronnen in de vijver. Zij brengen een grote hoeveelheid water, dat ook heden ten dage nog drinkwaterkwaliteit bezit, aan de oppervlakte. De hoge druk in de bronnen en de bijna altijd konstante watertemperatuur van de bronnen zijn de reden, waarom de vijver tijdens de win- ter nooit volledig dichtvriest. In het Soester Nequambuch van 1315 is afgebeeld, hoe een kaalgeschoren deug- niet voor straf in de grote vijver wordt gewipt. Tot aan het einde van de 18e eeuw werden op deze manier tuin- en akkerdiefstallen bestraft. Volgens berichten uit de 19e eeuw is door het wippen in de grote vijver nooit iemand schade berokkend. Sinds 1995 wordt elk jaar tijdens het schuttersfeest het „Wippen" weer in praktijk gebracht. Weliswaar niet meer met echte misdadigers, maar met vertegenwoordi- gers van de lokale prominentie, wiens daden of woorden als „strafdaden" vermomd, als smoesje dienen om hen tot groot vermaak van talrijke toeschouwers in het water te wippen.

Teichsmühle Söst:
WATERMOLEN AAN DE VIJVER De Teichsmühle is de eerste molen in de stad Soest, die officieel in een oorkonde vermeld werd. In 1231 wordt zij voor het eerst genoemd, als bezit van het patroklisticht, dat haar als leen aan een adelijke familie gaf. Men weet niet precies wanneer ze gebouwd is, waarschijnlijk tijdens de tweede helft van de 12e eeuw, omdat toen de grote vijver als stuwmeertje voor de molen ingedamd werd. In de 14e eeuw waren er binnen de stadsmuren 6 molens in bedrijf, die door het water van de bronnen aangedreven werden. Nog in de 17e eeuw werden deze als bijzonderheid van de stad Soest beschreven. In de specificatie van de Soester molens van 1738 stonden er 37 molens in de stad en uit de Bördeop een lijst. De meesten daarvan werden als graanmolens geclassificeerd, hetgeen de betekenis van de Soester Börde als graanschuur in de vroege moderne tijd nog verklaart. De watermolen werd in 30er jaren van de 20e eeuw volgens bouwtekeningen van Paul Schlipf in de stijl van de Heimatschutzarchitektur uitgebreid.

Söst, Gebäudezeile am Loerbach:
VAKWERK AAN DE LOERBACH De midden niet dezelfde bouwkwaliteit als de huizen van de handelaren, kooplieden en patriciërs. Daarom moesten de huizen van de hier gevestigde leerlooiers in de 17e en 18e eeuw allemaal vervangen Worden door de tot nu toe behouden vakwerkgebouwen. De constructie van vakwerkgebouwen had zich sinds de middel eeuwen steeds verder Ondertussen ontwikkeld. werd b.v. met veel dunnere balken gebouwd, er werd geen houtsnijwerk meer gebruikt en ook de overstekende verdiepingen kwamen bijna niet meer voor. Over de zin en bedoeling van deze overstekende verdiepingen worden veel verhalen verteld. In ieder geval staat vast, dat deze uitvoering veschillende redenen had: het oversteken van ongeveer het 1,5 voude plafondbalken 1. Door dige van de balkdikte van WOrden deze statisch ontlast. Het oversteken veroorzaakt meer woonruimte, zonder een groter grondstuk te bezitten. 3. De overstekende verdiepingen bieden, net zoals bij overstekende daken, bescherming tegen het weer voOr de daaronder liggende verdiepingen. Chemische houtbescherming bestond er toen nog niet, daarom 2. omstreeks 1945 was men aangewezen op de z.g. constructieve houtbescherming. 4 De overstekende verdiepingen werden echter ook i.v.m de vormgeving ge bruikt. De gebruikelijke vertikale indeling van het vakwerk werd onderbroken en de huizen leken niet meer zo overdreven hoog. Ook het materiaal voor de vulling van het vakwerk veranderde.Vroeger vulde men de met gevlochten hout en een vulling van stro en leem. Nu steeds vaker leemstenen en bakstenen gebruikt.

PAROCHIEKERK ST. MARIA ZUR WIESE
De eerste kerk hier ter plekke was een kleinere, tegen het einde van de 12e eeuw ontstane Romaanse kerk. Zij werd toen Maria in Palude (in het moeras) genoemd. De eerste steen voor de huidige, ongetwijfeld tot de mooiste hooggotische hallenkerken van Duitsland behorende Parochiekerk St. Maria zur Wiese, ook wel Wiesenkirche genoemd, werd gelegd in 1313. Als eerste bouwmeester wordt in een inschrift Johannes Schendeler genoemd. Meester Porphyrius sloot in 1529/1539 de kerkbouw voorlopig af. Van 1846 tot 1976 werden echter pas de torens gebouwd en in 1882 het gebouw voltooid. Helaas bleek echter, dat de gebruikte Soester groene zandsteen ongeschikt was. In 1987 moest men beginnen met een grootscheeps geplande sanering, in de vorm van de complete vernieuwing van de buitenhuid van de torenschacht. De noodza- kelijke steigers zullen zeker nog twee decennia het aanzicht van de kerk bepalen. Bij de voor Westfalen typische dreischeepse hallenkerk met drie jukken is de hoogte, breedt en lengte van het langschip gelijk. Het luchtige van de constructie wordt be- nadrukt door de met licht doorstroomde binnenruimte van de kerk. In de koorramen bevinden zich de voor Westfalen belangrijkste glasschilderingen van de 14e eeuw. Beroemd is de Wiesenkirche ook door het omstreeks 1500 ontstane Westfālische Abendmahl (Westfaalse avondmaal). In dit venster zien wij Jezs met zijn discipelen tijdens het avondmaal met bier, Westfaalse ham, borreltjes, varkenskop en rogge- brood. Een overvloed van verdere kostbaarheden is in de kerk te bezichtigen.

Gerber am Loerbach
LEERLOOIERS AN DE LOERBACH De naam van de Loerbach in Soest, reeds in 1528 zo genoemd, duidt ook tegenwoordig noch op het handwerk van de leerlooiers, die gebruik maakten van het water van de beek. Recente archeologische vondsten schijnen inderdaad van vroegere bedrijven afkomstig te zijn. Opvallend veel botresten van koeien en geiten, en ook resten van geweien, waaraan zich in tegenstelling tot de afgezaagde stukken van de hoornverwerkende werkplaatsen nog de schedelresten bevonden, en die samen met aardewerk uit de 13e tot 16e eeuw geborgen konden worden, spreken voor het leerlooiershandwerk. De huiden werden door de slagers met schedel en poten geleverd. In de middeleeuwen werd verschil gemaakt tussen de rood- of leerlooiers, die stevig leer voor schoenzolen, hoofdstellen, zadels enz. maakten, en de witlooiers, die fijn leer, meestal van geit of schaap, voOor bovenleer, fijne kleding enz. maakten. De vestiging van looiers op deze plek is geen toeval. Deze handwerkslieden hadden veel schoon water nodig, b.v.om de looistof te maken en om de huiden te wassen. Dit water kon men uit de dichtbijzijnde bronnen halen en het afvalwater kon in de beek afvloeien. De middeleeuwse looierswijk bevond zich direkt naast de beek. Net als de huidige bebouwing uit de 17e/18e eeuw, stonden de kleine vakwerkhuizen van de handwerkslieden in de mideeleeuwse wijk waarschijnlijk dicht tegen elkaar aan.

Das Sälzer Viertel:
DE ZOUTZIEDERSWIJK Zout, als basis van het menselijke leven, was al duizenden jaren een kostbaar levensmiddel. Voor de Soester stadsontwikkeling was de aanwezigheid van zoutbronnen in de stad heel belangrijk. Over de zoutwinning in Soest schrijft al een Arabische reiziger in 973. Straatnamen zoals Salzbrink, Solgasse of Salzgasse verwijzen daar nog naar. In 1981/1982 heeft men gedeelten van het Soester zoutwinningsgebied aan de Kohlbrink d.m.v. archeologische opgravingen onderzocht. Hierbij konden in het 230 m² grote opgravingsterrein meer dan 100 zoutkokerijen vrijgelegd worden. De ovens, die gevonden werden tot op 3,5 m diepte, waren uit ongebakken kleistukken gebouwd. Daarvoor bevonden zich 2 m tot 3 m grote, vlakke werkkuilen, van waaruit de 2 m tot 2,5 m lange ovenkanalen gestookt werden. Hierop stonden OOrspronkelijk de loden kookpannen. Men kon vlechtwerkconstructies als windbescherming en ook houten palen van de overkapping van de ovens aantonen. Onderzoeken van houtproeven men behulp van de dendrochronologie (meting van de jaaringen van het hout) leverden uiteindelijk de betrouwbare datering op, dat de Soester saline reeds ongeveer 600 na Chr. bestond. Wanneer men met de Soester zoutproduktie is gestopt, kon de archeologie niet achterhalen. Na de 13e eeuw zijn er geen officiële overleveringen waarin de Soester zoutziederij voorkomt. Daarentegen werd in de 12e eeuw de Sassendorfer saline Voor het eerst vermeld, die tot het begin van de 19e eeuw produceerde. Er kon vastgesteld worden, das ook Soester burgers eigenaars waren van zoutbronnen en zouthuizen, en later ook ziederijrechten in Sassendorf bezaten en uitgebreid zouthandel dreven.

ADELHUIZEN AAN DE STEINGRABEN:
De hoge groen zandsteenmuren, die de vroegere stadsadelhuizen en de grotere grondstukken van koopmanshuizen omgeven, dienden als bescherming van hun hebben en houden. Ze zijn waarschijnlijk pas na de late middeleeuwen ontstaan en werden hoofdzakelijk gebouwd met afbraakmateriaal van huizen, die in verval raakten door de snelle teruggang van het bevolkingsaantal na de Soester Fehde, de Dertigjarige oorlog en de zevenjarige oorlog. Het plein, dat op de splitsing van de Steingraben, de Roßkampffsgasse en de Niedergasse onstond, wordt beheersd door de imposante gebouwen Steingraben 10, Niedergasse 2 en Roßkampffsgasse 1. Als bijzonder schat van het voormalige von „Friesenhausenschen Hofes" (Stein- graben 10) is de gehele beschildering van het trappenhuis uit de bouwtijd bewaard gebleven.Vroegen waren ook enkele kamers met muurschilderingen versierd. Hiervan zijn echter slechts enkele resten te zien. Het aanzienlijke vroegere patriciërshuis Niedergasse 2 werd in 1618 op een nog oudere eerste verdieping gebouwd. In het begin van de 19e eeuw woonde hier en- kele jaren de dichter Ferdinand Freiligrath met zijn ouders, broers en zusters. Het „Schlingworm" genoemde huis Roßkampffsgasse 1 kreeg zijn naam van de hier sinds 1558 wonende familie Schlingworm. Het huidige gebouw werd om- streeks 1840 door de direkteur van de rechtbank, Friedrich von Viebahn, gebouwd. Daar komt de tweede naam van het gebouw vandaan: „Von Viebahnscher Hof". De vrijmetselaarsloge , die het gebouw sinds 1873 bezit, werd gedwongen het gebouw 1936 aan de stad te verkopen. Vervolgens werd het omgebouwd als tehuis vOor de „Hitlerjugend". In 1950 kreeg de loge het gebouw weer terug.

Siedlung am Hellweg:
NEDERZETTING AAN DE HELLWEG De naam van de Hellweg is nauw verbonden met de betekenis als heerweg, kan echter ook verband houden met zout (hell). Vooral voor de zuidelijke rand van de Westfaalse bocht met veel zoutbronnen is dat, net als voor Soest, relevant. Tot in de bloeitijd van de middeleeuwen ontwikkelde de Hellweg zich tot een stuk van de veel gebruikte en belangrijkste 0ost west handelsroute in Europa, van Vlaanderen (Brügge), via Westfalen en Oostduitsland naar Oosteuropa (Nowgorod). Via de Jakobistraße liep de Hellweg sinds het einde van de 12e eeuw vanuit het westen naar de markt in het centrum. De nabijheid van de markt was voor handelaren ook als woonplaats gunstig. De grondstukken tussen de Jakobistraße en de Marktstraße werden daarom waarschijnlijk tijdens de middeleeuwen voornamelijk door kooplieden bewoond. Tijdens de nieuwbouw van het gebouw Marktstraße 19 werd er in 1950 een bronzen pot met drie poten ontdekt, waarin zich een aanzienlijke schat met munten bevond, bestaande uit 12 gouden munten en 251 zilveren munten, die blijkbaar kort na 1603 begraven werd. Deze schat geeft niet alleen inzicht in de financiële economie en het krijgsgewoel omstreeks 1600 in Soest, maar bewijst ook, dat hier in het begin van de 17e eeuw een gegoede patriciēr woonde. Soester grondstukken over een tijdsbestek van ongeveer 1200 jaren volgen.

All in Hotel "Am Wall"
Dasselwall 19
59494 Soest
Duitsland

Telefoon
+31 552 032022

E-Mail
info@allinhotels.nl

Website
www.allinhotels.nl

Algemene informatie

  • Alle prijzen zijn in euro.
  • Overnachtingsbijdrage is € 2,00 p.p.p.n.
  • Parkeren kosteloos bij Hotel.
  • All-in gasten Check in tijden:
    14 uur – Koffie & Lekkernij
    14:30 uur – Kamer beschikbaar
  • All-in gasten Check uit tijden:
    Na het ontbijt, graag voor 10 uur, hier eindigt tevens het All-in.
  • Mogelijkheid tot stalling fietsen en/of motoren.
  • Uw bevestiging wordt via Allinhotels.nl verstuurd.
  • Kleine kinderen tot 4 jaar gratis.
  • Kinderen van 4 t/m 12 jaar krijgen 35% korting.
  • Huisdieren graag bij reservering aangeven € 10,- p.n.
  • U hoeft geen milieusticker.
  • Mindervalide? Geef dit aan bij reservering!
  • Het gehele hotel is rolstoel vriendelijk.

Uw Kamer

  • Roken niet toegestaan op de kamer.
  • Alle kamers via Allinhotels.nl zijn comfort kamers
  • Alle kamers met Boxspring bedden.
  • Kamers met eigen douche, toilet en föhn.
  • In gehele hotel gratis gebruik internet (WiFi).
  • Alle kamers beschikken over LCD/LED televisie.
  • Alle kamers hebben Duitse en Nederlandse zenders.
  • Alle kamers hebben een zithoek.

Meld u aan voor de nieuwsbrief

Schrijf u nu in en geniet als eerste van de leukste aanbiedingen, beste kortingen en winacties!

U ontvangt bij aanmelding direct € 5,- korting!

Al meer dan 95.000 mensen gingen u voor!

Dank u voor uw aanmelding voor de Nieuwsbrief van Allinhotels.nl
U blijft vanaf nu op de hoogte van de leukste aanbiedingen, hoogste kortingen en daarnaast maakt u kans op diverse prijzen als All-in Friend!

Kortingscode ontvangen? Aanmelden nieuwsbrief